Vlaamse Kano & Kajak Federatie

Aanleiding

De droge en warme zomer van 2018 leidde op verschillende plaatsen tot blauwalgenbloeien en botulisme, ook in waterlopen, kanalen en waterwegen. Omdat blauwalgen en botulisme gevaren kunnen inhouden voor de volksgezondheid, werden op deze locaties een recreatieverbod en een captatieverbod voor landbouwdoeleinden uitgevaardigd.

De kans dat we in de toekomst vaker geconfronteerd worden met blauwalgenbloeien of botulisme neemt toe. Daarom is er nood aan een uitgewerkt kader m.b.t. de bevoegdheden (bv. buiten de vergunde zwem- en recreatiewateren), de procedures (voor melding, staalname, analyse, …), de normen/richtwaarden in relatie tot de watergebruiken (recreatie, landbouw, koelwater, …) als basis voor de instelling van gebruiksbeperkingen of gebruiksverboden, maatregelen (bv. zwem- of recreatieverbod, captatieverbod, …) en communicatie (bv. een centraal meld- en informatiepunt voor de terreinmedewerkers van waterbeheerders en specifieke doelgroepen (recreanten, hengelaars, uitbaters van (vis)vijvers, …).

Het Afwegingskader Cyanobacteriën (Blauwalgen) voor andere dan zwem- en recreatiewateren geeft een handvat hoe gebruikers dienen om te gaan met blauwalgen op andere dan zwem- en recreatiewateren.

 

Voorgaande

De Kaderrichtlijn Water (richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000) draagt de verschillende lidstaten op een register aan te leggen van waterlichamen die als recreatiewater zijn aangewezen, met inbegrip van de gebieden die als zwemwater overeenkomstig Richtlijn 2006/7/EG zijn aangewezen.

Artikel 8 van de KRLW verplicht de lidstaten tot het opzetten van programma's voor de monitoring van de watertoestand, om een samenhangend totaalbeeld te krijgen van de watertoestand binnen elk stroomgebieddistrict. Voor Vlaanderen zijn dat de twee internationale stroomgebieddistricten van Schelde en Maas.

De Europese zwemwaterrichtlijn 2006/7/EG (L64/37 van 4 maart 2006) legt de verschillende lidstaten op maatregelen te nemen wanneer er gevaar is voor bloei van cyanobacteriën.

Artikel 8. Risico van cyanobacteriën

  • Indien het zwemwaterprofiel wijst op een mogelijke proliferatie van cyanobacteriën, wordt een passende controle uitgevoerd om tijdig de gezondheidsrisico’s te kunnen vaststellen.
  • Indien er zich een proliferatie van cyanobacteriën voordoet en er een gezondheidsrisico is vastgesteld of wordt vermoed, worden onmiddellijk passende beheersmaatregelen genomen ter voorkoming van blootstelling, waaronder voorlichting van het publiek.

De Europese zwemrichtlijn vereist zwemwaterprofielen voor het zwemwater. Deze profielen vormen de basis voor beheersmaatregelen. Een zwemwaterprofiel kan helpen de oorzaken te vinden en kan dan de basis vormen om beheersmaatregelen te nemen.

 

Toelichting bij het afwegingskader

In uitvoering van de Kaderrichtlijn water en de Europese zwemwaterrichtlijn werd, door de Vlaamse Milieumaatschappij, voor zwem- en recreatiewateren een Protocol cyanobacteriën uitgewerkt.

Dit protocol gaat uit van een visuele controle door exploitant en staalnemer van de VMM. Bij aanwezigheid van een cyanobacteriënbloei wordt de beslissingsboom geactiveerd. Afhankelijk van aanwezigheid, locatie en meting kan een zwem- en recreatieverbod ingesteld worden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen zwemmen en andere vormen van recreatie, aangezien bij verschillende vormen van waterrecreatie ook aerosolvorming optreedt (bv. windsurfen, jetskiën, duiken, zeilen bij ruw weer) en bijgevolg inhalatie ervan kan optreden. Bovendien is het moeilijk om te vermijden dat recreanten bij bovenstaande activiteiten in het water gaan om te zwemmen of accidenteel in het water terechtkomen.

Voor bevaarbare, onbevaarbare en openbare vijvers is er tot op heden geen afwegingskader. Aangezien er ook in deze wateren cyanobacteriënbloei wordt vastgesteld en dit water voor verschillende doeleinden (waterrecreatie, vissen, landbouw, industrie, ...) gebruikt wordt, is het aangewezen ook voor wateren andere dan zwem- en recreatiewateren een afwegingskader uit te werken.

Afwegingskader

Naar analogie met het protocol Blauwalgen voor zwem- en recreatiewater wordt ook voor andere wateren een afwegingskader opgezet. Dit afwegingskader, dat in grote mate voortborduurt op dat voor zwem- en recreatiewateren, stelt bij aanwezigheid van blauwalgenbloei in andere wateren dan zwem- en recreatiewateren, een zwem- en recreatieverbod, evenals een captatieverbod (voor landbouwdoelen) in. Dit verbod is beperkt tot 100m rondom de drijflaag.

Aldus kan het verbod als volgt worden omschreven:

Indien op een bevaarbare, onbevaarbare waterlopen of openbare vijver een blauwalgenbloei(drijflaag) wordt vastgesteld, wordt door de betrokken burgemeester of gouverneur binnen een straal van 100m van deze drijflaag een zwem-, recreatie- en captatieverbod (voor landbouwdoelen) ingesteld.

 

Onderbouwing gebruikte normwaarden

Aangezien drijflagen of bloeien (hoge aantallen) van blauwalgen een potentieel risico voor de volksgezondheid inhouden is het afwegingskader er in de eerste plaats op gericht de gebruikers in voldoende mate tegen dit risico te beschermen.

Om zoveel mogelijk problemen met blauwalgengroei te voorkomen, werd door de VMM een digitaal meldpunt opgericht om blauwalgenbloei in openbare wateren zo snel mogelijk te melden aan de gemeentelijke milieudienst. De milieudienst dient, na verificatie van de bloei, de melding in te geven in het meldpunt Blauwalgen, waarna de beheerder in kennis wordt gesteld van de aanwezige bloei.

De World Health Organisation (WHO) heeft een advieswaarde berekend voor microcystine (= belangrijkste toxine geproduceerd door blauwalgen) in drinkwater en daarvan afgeleid in recreatiewater (orale intake): maximum 20 µg microcystine /l zwemwater. Bij de afleiding van de advieswaarde voor zwemwater uit die voor drinkwater (1 µg microcystine/l) gaat de WHO ervan uit dat de blootstelling aan microcystine dagelijks en levenslang is, wat een zeer voorzichtige benadering is.

Verder blijkt o.a. uit het WHO rapport “Toxic Cyanobacteria in Water: A guide to their public health consequences, monitoring and management” en de studie “Microcystin-LR inhibits photosynthesis of Phaseolus vulgaris primary leaves: implications for current spray irrigation practice” dat de gifstoffen die blauwalgen aanmaken kunnen leiden tot verminderde groeiopbrengst bij irrigatie van landbouwgewassen met water besmet met blauwalgen, en dat de gifstoffen door sommige gewassen ook opgenomen en geaccumuleerd worden waardoor ze niet meer voor consumptie in aanmerking komen. Water met blauwalgen is ook niet geschikt als drinkwater voor vee. Verder is vooral veld gebaseerd onderzoek nodig.

Bovenstaande studies gaven aanleiding tot het opzetten van een Bachelorproef “Preventief en curatief management van cyanobacteriën” (Universiteit Gent, 2019) omtrent de effecten van irrigatie van landbouwgewassen met water besmet met toxines van blauwalgen (prof. Rajkovic). Uit de proef bleek dat planten niet alleen microcystine-LR (MC-LR, het meest toxische microcystine, dat als variabele aminozuren, de aminozuren leucine (L) en arginine (R) bevat) konden opnemen, maar ook konden accumuleren in hun bladeren. Ook gaf dit experiment een eerste indicatie dat de toegediende concentratie microcystine-LR een positieve correlatie heeft met de hoeveelheid toxine die werd waargenomen in de bladeren, maar aanvullende experimenten zijn nodig om dit te bevestigen. In het algemeen toonde deze proef aan dat de concentratielimiet van microcystine-LR in het water van 1 μg/L een veilige marge is, omdat dan de hoeveelheid microcystine-LR die zou worden opgenomen door het eten van de planten onder de toelaatbare dagelijkse inname(TDI) blijft van 0,040 μg MC-LR per dag (WHO - World Health Organization 1998).
Prof Kardinaal & prof Visser (Universiteit van Amsterdam) besluiten in hun onderzoek dat een overschrijding van de norm van 20 µg microcystine/l zwemwater zich, zoals uit de grafiek blijkt, vooral voordoet in de drijflaag en niet in het (omliggende) water.

In uitvoering van artikel 8 van de KRLW werd op 26 april 2013 een Monitoringprogramma voor oppervlakte- en grondwater door de Vlaamse Regering vastgesteld. In dit monitoringsprogramma wordt het 100 metertraject in diverse bemonsteringsmethodes (samenstelling waterflora (macrofyten), visfauna) als standaard bepaald.
Bovenstaand onderzoek en kader gaf aanleiding tot het instellen van een zwem-, recreatie- en captatieverbod in een straal van 100 m van de drijflaag. Nader onderzoek dient te worden opgestart om na te gaan of de huidig ingestelde veiligheidsafstand (100 m) dient verstrengd, dan wel afgezwakt dient te worden. Dit onderzoek zal door De Vlaamse Waterweg met de sportfederaties, die actief zijn via hun clubs op en in de betrokken wateren, in de zomer van 2019 opgestart worden

Het opheffen van een zwem-, recreatie- en captatieverbod

Indien op een locatie een zwem-, recreatie- en captatieverbod van kracht is, wordt deze locatie dagelijks op drijflagen gecontroleerd.

Een zwem-, recreatie- en captatieverbod kan enkel opgeheven worden nadat de drijflaag is verdwenen en nadat het microcystine-gehalte op deze locatie werd bepaald én zich onder de veiligheidsnorm bevindt. Afhankelijk van het doeleinde waarvoor het water wordt aangewend, bedraagt deze norm:

  • 1 µg microcystine/l voor watercaptatie;
  • 20 µg microcystine/l voor zwem- en waterrecreatie.

Communicatie en verantwoordelijkheden betrokken instanties

De watergebruiker (captatie), lokale waterrecreatievereniging, de waterbeheerder, gemeente (milieudienst) en de provinciegouverneur hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
De formele rollen zijn:

  • De burger:
    • verwittigt de milieudienst van zijn/ haar gemeente of stad bij het opmerken van een blauwalgenbloei (drijflaag);
  • De gemeente:
  • De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM):
    • verwittigt en adviseert de betrokken waterbeheerder;
    • staat in voor microscopische analyse;
    • communiceert via haar communicatiekanalen (o.m. de website htts://www.blauwalgen.be) over e problemen en gevaren die blauwalgen veroorzaken;
  • De waterbeheerder:
    • staat in voor staalname en analyse;
    • brengt de burgemeester en provinciegouverneur en op de hoogte van een blauwalgenbloei en van de resultaten van de staalnames en analyses;
    • brengt de verschillende vergunningshouders (captatie voor landbouwdoelen) op de hoogte van dit verbod en plaatst zo nodig waarschuwingsborden bij de captatiepunten;
    • brengt de betrokken sportfederaties en lokale waterrecreatievereniging(en) op de hoogte van een aanwezige blauwalgenbloei;
    • Communiceert via zijn communicatiekanalen over de aanwezige blauwalgenbloei;
    • staan in voor de dagelijkse visuele controle van de blauwalgenbloei (drijflaag) op het terrein;
    • staat in voor staalname en analyse;
  • De betrokken burgemeester of provinciegouverneur:
    • is verantwoordelijk voor het instellen en intrekken van het zwem-, recreatie- of captatieverbod
  • De lokale waterrecreatievereniging:
    • staat in voor de informatie (o.m. een gebeurlijk recreatieverbod) naar haar leden;
  • De betrokken visserijbioloog:
    • verwittigt de betrokken hengelverenigingen;
  • Departement Landbouw en Visserij, sportfederaties,..:
    • communiceren via hun specifieke communicatiekanalen over de problemen en gevaren die blauwalgen kunnen veroorzaken

Tot slot

Dit afwegingskader is een handreiking hoe omgegaan kan worden met blauwalgen in wateren andere dan zwem- en recreatiewateren. Elke situatie is uniek en vereist een goede analyse waarbij de veiligheid van de gebruikers voorop staat!!! Het afwegingskader kan bijgestuurd en/of gedifferentieerd kan worden na verder onderzoek.